als ik niet blij ben probeert hij met zn vingers een clownlach van mn mond te maken. soms moet ik daar dan van lachen. soms ook niet. soms fietsen we samen, maar vaak wil ik achterop zodat ik tegen m aan kan leunen. als ik afgezet ben en hij verder gaat heb ik altijd dezelfde melodie in mn hoofd waarvan ik niet weet of het bestaat of dat ik het heb verzonnen.


M

a

t

t

ias

h